PBL waarschuwt ruimtegebrek Noordzee

PBL waarschuwt voor ruimtegebrek op de Noordzee door energietransitie
De snelle groei in het aantal windpar-ken op de Noordzee kan leiden tot ruimtegebrek, wat het lastig maakt om de Nederlandse doelstellingen op het gebied van klimaat, natuur en visserij optimaal te combineren. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) pleit dan ook voor een lange-termijnstrategie die reikt tot 2050.

Download hier het complete artikel voor print/screenshot: 18-02-01-Strijd-om-plek-in-Noordzee-2050.pdf

Dat stelt het PBL in de scenariostudie ‘De toekomst van de Noordzee’. De Rijks-overheid presenteert dit jaar de Noord-zeestrategie 2030, maar het PBL stelt dat een visie op een langere termijn wenselijk is.

Energietransitie   Het PBL stelt dat een strategie tot 2030 onvoldoende is, juist omdat na 2030 de realisatie van windparken op zee een vlucht kan nemen. Ook de opslag van CO2 in oude gasvelden kan na die tijd in een stroomversnelling komen.

“Dit kan leiden tot grote uitdagingen op het gebied van infrastructuur, natuur-bescherming en visserij”, stelt het PBL. “Er zijn nu al keuzes nodig voor de Noordzee om te voorkomen dat er in de periode na 2030 onomkeerbare proble-men ontstaan.” In de studie schetst het PBL vier scenario’s, die de mogelijke ruimtelijke en ecologische gevolgen uitlijnen van toenemende windenergie- en CO2-opslagprojecten op de Noordzee.

Noordzee    Er komen verschillende belangen samen op de Noordzee. Zo wil Nederland het milieu in 2020 voldoende hersteld hebben om te voldoen aan Europese regels op dit gebied. De visserij moet daarnaast alle zeilen bijzetten om economisch levensvatbaar te blijven. Daarnaast wordt de Noordzee steeds intensiever ingezet voor het realiseren van windparken op zee, met Borssele, Hollandse Kust Zuid, Hollandse Kust Noord en windpark Gemini als meest vooraanstaande voorbeelden.

Het PBL heeft berekend dat windparken in 2050 ongeveer een zesde tot een kwart van het Nederlandse deel van de Noordzee innemen, in het maximale scenario. Vindt dit maximale scenario inderdaad plaats, kan de opgewekte elektriciteit niet meer efficiënt aan land worden gebracht, stelt het PBL. Een deel van de stroom zou dan direct naar andere landen getransporteerd moeten worden of omgezet worden in andere vormen van energie. Daarover moeten volgens het PBL nu al keuzes worden gemaakt, omdat de uitvoering van dergelijke projecten meerdere jaren in beslag neemt.

Windenergie op zee     Het PBL stelt daarnaast dat het tot op heden onbekend is wat de lange-termijn gevolgen van het groeiende aantal wind-parken op zee voor de natuur zijn. Meldt dan ook dat de effecten op de natuur constant moeten worden gemonitord.

 

zie ook: Leidsch Dagblad 18-02-01

volgende pagina

_______________________________________________

Naschrift Simon: Feitelijk is dit heel lang bekend:windmolens vergen samen aan-zienlijk veel meer ruimte dan hun zicht-bare grondoppervlak: ca. 60 Gigawatt op 1/6 … 1/4 van … km2 Noordzee komen neer op …. km2 . De onderlinge minimale afstand tussen windmolens is bijvoor-beeld uit te drukken in de wiekdiameter, vermenigvuldigd met een factor.

Maak je die afstand korter, dan staat de windmolen A in ‘windschaduw’van B, wat onaanvaardbaar verlies veroorzaakt. Het meest recent geplaatste windmolen-park – – – aan de Engelse westkust, telt xxxx windmolens, elk maximaal 9 Mega-watt. Goed voor samen xxxx Megawatt is x Gigawatt. Dat is heel wat.

Maar je hebt dus zo’n dertig windparken in 2050 nodig om die 60 Gigawatt met voldoende wind te halen… is yyy km2.

En maximaal of ‘geïnstalleerd’ vermo-gen houdt ook in dat bij storm, én bij te weinig wind de stroomproductie uitvalt.

Dus strategische stroom opslag ‘ergens’ tussen opwekken en gebruiken is en blijft onmisbaar.

 

 

(Geel aangeduide data nog invullen. kaartje NL-Noordzee, ruw geschetst

beschikbaar resp. windparkdeel)

Windmolens, visserij

en natuur strijden om een plekje in de Noordzee

 

Leidsch Dagblad 18-02-01

 

Vijf Vragen

Het wordt dringen op de Noordzee. Windmolens, visserij en natuur strijden om een plekje, als de overheid niet nu al een keuze maakt voor de periode tot 2050.

Dat adviseert het Planbureau voor Leefomgeving (PBL) in een gisteren verschenen studie naar de mogelijke gevolgen van de overgang naar meer duurzame energie.

 

1.  Waarom is dat nodig?

De komende decennia moet Nederland overstappen op duurzame energie. De ‘energietransitie’ noemen beleidsmakers dat. Windenergie speelt een grote rol bij die overstap. De aanleg van windmolen-parken dus ook.

Het PBL gaat uit van vier scenario’s, van een langzame overstap tot een snelle overstap. Bij de langzame variant stoot Nederland 45 procent minder broeikasgas uit in 2050, ten opzichte van 1990. Bij het snelste scenario is dat 100 procent. In dat laatste geval moet er 60 gigawatt windvermogen op zee worden gewonnen, tegen slechts 12 gigawatt als we het langzaam doen.

Bij de drie snelste scenario’s is er nu geen plek genoeg voor het winnen van windenergie in 2050.

 

2.  Wat maakt dat uit?

Nederland wil de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs halen. Dat lukt volgens  het PBL alleen met een snelle overstap naar duurzame energie. De Nederlandse overheid moet dus meer plekken op zee aanwijzen waar wind-molens kunnen worden neergezet.

 

3.  Dat leidt tot problemen?

Tot 2030 is er voldoende ruimte op de Noordzee voor nieuwe windmolens. Daarna wordt het lastig. In 2050 kunnen er twintig tot zestig keer zoveel windmo-lens op zee staan als in 2017, becijfert het PBL.

Dat levert niet alleen problemen op voor het halen van de klimaatdoelstellingen. Ook is er te weinig ruimte voor de visse-rij, zeker als een zogenoemde ‘harde’ Brexit komt. In dat geval kunnen Neder-landse vissers niet meer in Britse wate-ren vissen. En ook voor de natuur en voor natuurherstel is te weinig plek.

Ook een praktisch puntje: langs de kust is er te weinig ruimte voor aanleg van elektriciteitskabels . Hoe de windenergie aan land komt is dus nog even de vraag.

 

4.  Wat kan Nederland doen?

Nu al concrete plannen maken voor 2050 is handig. Zet een stip op de horizon om naartoe te werken, zegt het PBL. Nederland zal duidelijke afspraken moe-ten maken met andere landen die aan de Noordzee grenzen over wat (visserij, energie, natuur) waar plaatsvindt.

Ook zegt het planbureau dat een ‘combi-natie van functies, meervoudig ruimte gebruik’ noodzakelijk is. Dat wil zeggen: vissen tussen de windmolens, of in een gebied waar de zeebodem al erg kwets-baar is. Dat kan conflicten opleveren, waarschuwen de cijferaars van het PBL.

 

5.  Omwonenden zijn niet altijd blij met windmolens…

Daar gaat dit rapport niet over. Eventu-ele weerstand zorgt wellicht voor ver-traging in de aanleg van windmolenpar-ken op zee, maar de onderzoekers lijken er niet vanuit te gaan dat protest wind-energie kan voorkomen.

_______________________________________________

Naschrift Simon: Vraag  5: protest heeft de afgelopen jaren nagenoeg geen effect gehad op wat er nadien toch gebeurde.

Maar alternatieven die het aantoonbaar beter (zullen) doen? Dat is andere koek. En dan spitst hier ‘beter’ zich allereerst toe op de benodigde vierkante kilo-meters: is dat voor die 6o Megawatt  bijvoorbeeld de helft van wat het PBL nu becijfert? Of nog minder? Dan gaat de vlag uit: nu al.

Waar windmolens onmogelijk in hoogte verstelbaar zijn, worden opvolgers dat wel. Meer uren/etmaal stroomproductie,   betekent kleinere stroomopslag buffer.

 

Vraag is: hoe zien die superwindmolens er dan wel uit? Tja, dát blijft de hamvraag waar de huidige windmolenfabrikanten nog lang niet aan toe zijn. Dus straks bij lange na nog niet uit zijn.: soms nóg hoger? Iets totaal anders? In de 80-er jaren zong Loekie Knol nog samen met ministers in een innovatieprogramma:

‘We zien het wel, we zien het wel,

we zullen het wel beleven.

Maar doe het wel een beetje snel

want-het-leee-ven   duurt maar eee-ven.’

Carnaval, jawel.

 

 

Post Author: Erik Verpaalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *